Over de spaarcalculator
De meeste spaarrekenmachines laten zien hoeveel er op je rekening staat als je zoveel jaar zoveel per maand inlegt. Dat getal is correct en tegelijk misleidend, want het is nominaal. Het zegt niets over wat je er dan nog voor kunt kopen.
Deze calculator rekent door tot voorbij dat punt. Eerst de gewone samengestelde groei, dan de inflatie eraf, dan de box 3-belasting eraf. Wat overblijft is een schatting van je koopkracht, niet van je saldo.
Bij een lange looptijd is het gat tussen die twee getallen aanzienlijk, en dat is de reden dat deze calculator bestaat.
De nominale groei
De eerste stap is de rekensom die iedereen kent. We nemen je huidige spaargeld, tellen er elke maand je inleg bij op, en laten het geheel maandelijks samengesteld groeien tegen het rendement dat je opgeeft.
Dat maandelijkse rendement leiden we af uit je jaarlijkse percentage door de twaalfde machtswortel te nemen, zodat twaalf maanden precies je opgegeven jaarrendement opleveren. Dat is nauwkeuriger dan het jaarpercentage door twaalf delen, een veelgemaakte fout die het resultaat iets te hoog laat uitkomen.
De grafiek onder je resultaat toont dit nominale saldo per jaar, en niet de gecorrigeerde reeks. Een grafiek die daalt terwijl je inlegt is verwarrend, ook al is hij eerlijker.
Wat de inflatie ermee doet
De tweede stap deelt je eindsaldo door de opgetelde inflatie over de hele looptijd. We rekenen met 2,8% per jaar, het gemiddelde CPI-cijfer voor Nederland over 2026 volgens het CBS.
Dat lijkt een klein percentage, en over een jaar is het dat ook. Over dertig jaar betekent 2,8% per jaar dat een euro nog maar 44 cent waard is. Wie in dertig jaar honderdduizend euro bij elkaar spaart, heeft dan iets in handen dat ongeveer aanvoelt als vierenveertigduizend euro van vandaag.
Dit is geen verlies dat je op je rekening ziet. Je saldo staat er gewoon. Wat er verandert is wat je ervoor krijgt, en precies daarom geeft een nominale spaarcalculator een te rooskleurig beeld.
We houden dat percentage constant over de hele looptijd. In werkelijkheid schommelt inflatie fors, en het cijfer van 2026 is geen voorspelling voor 2050. Het is de best beschikbare basis voor een projectie, en verder niets.
De box 3-benadering
De derde echte stap is de vermogensrendementsheffing, en dit is de meest vereenvoudigde van de drie. Wij nemen het gemiddelde van je begin- en eindsaldo, trekken daar het heffingvrije vermogen van € 59.357 vanaf, en belasten wat overblijft tegen 1,28% forfaitair rendement maal 36% belastingtarief, keer het aantal jaren.
Die percentages komen van de Belastingdienst voor 2026. Ze worden officieel pas begin 2027 definitief vastgesteld, dus het zijn de op dit moment gepubliceerde verwachte waarden.
De vereenvoudiging zit in het middelen van begin- en eindsaldo. In werkelijkheid wordt box 3 elk jaar berekend over je vermogen op 1 januari, dus wie geleidelijk opbouwt betaalt in de eerste jaren veel minder dan in de laatste. Onze aanpak benadert het totaal maar verdeelt het verkeerd over de tijd.
Ook negeren we dat het heffingvrije vermogen per persoon geldt en dat fiscaal partners het mogen samenvoegen. Wie samen spaart, betaalt dus minder box 3 dan deze calculator laat zien. Voor een berekening die klopt is de Belastingdienst zelf de aangewezen plek.
Waar de satire begint
Na de drie echte stappen komen vier verzonnen factoren, allemaal onder de 1. Ze staan oranje in de trechter.
- Een jaarlijkse beloningsvakantie omdat je zo goed gespaard hebt: keer 0,93.
- Verjaardagen en cadeaus voor iedereen: keer 0,958.
- De auto die het op het verkeerde moment begeeft: keer 0,887.
- Onverklaarbare impulsaankopen: keer 0,919.
Het vergelijkingscijfer
Onder je resultaat staat hoe je eindbedrag zich verhoudt tot het gemiddelde Nederlandse huishouden. Dat gemiddelde is € 54.700 aan bank- en spaartegoed, uit StatLine-tabel 83834NED over 2024.
Dat gemiddelde is ongeschikt om jezelf mee te vergelijken, en het is eerlijk om dat te zeggen. Spaargeld is scheef verdeeld: een kleine groep met veel geld trekt het gemiddelde omhoog. De mediaan uit diezelfde tabel is € 21.500, minder dan de helft van het gemiddelde.
Die mediaan is het cijfer waar de meeste mensen zich in herkennen. We tonen het gemiddelde omdat de verdictgrenzen daarop zijn afgestemd, maar wie wil weten of hij "normaal" spaart, kijkt beter naar de € 21.500.
Veelgestelde vragen
Welk rendement moet ik invullen?
Dat hangt af van waar je geld staat. Voor een spaarrekening ligt het rendement de laatste jaren ergens tussen de 1 en 3 procent. Voor breed gespreide beleggingen wordt vaak met 5 tot 7 procent gerekend als langjarig gemiddelde, met de kanttekening dat dat gemiddelde flink kan afwijken en dat er ook verliesjaren zijn. De calculator gaat uit van een constant rendement, wat bij beleggen niet realistisch is.
Waarom daalt mijn bedrag zo hard bij een lange looptijd?
Omdat inflatie ook samengesteld werkt, net als rendement, maar dan de andere kant op. Bij dertig jaar en 2,8% inflatie verlies je meer dan de helft van je koopkracht. Als je rendement onder de inflatie ligt, wordt je vermogen in koopkracht gemeten kleiner terwijl je saldo groeit.
Klopt de box 3-berekening?
Als orde van grootte wel, als aangifte niet. We middelen begin- en eindsaldo in plaats van elk jaar apart te rekenen, en negeren dat fiscaal partners hun vrijstelling mogen samenvoegen. Het stelsel is bovendien in beweging. Voor je werkelijke aanslag is de Belastingdienst de enige betrouwbare bron.
Waarom laat de grafiek het nominale bedrag zien?
Omdat een grafiek die daalt terwijl je maandelijks inlegt onbegrijpelijk oogt, ook al is hij eerlijker. De correctie voor inflatie en belasting zie je terug in de trechter en in het eindbedrag.
Is dit financieel advies?
Nee. Het is een satirische rekenmachine die eindigt met een aftrek voor impulsaankopen. Voor spaar- of beleggingsbeslissingen zijn het Nibud en een onafhankelijk financieel adviseur de aangewezen plekken.
Bronnen
- CBS StatLine — 83834NED, Vermogen van huishoudens — Cijfers 2024. Gemiddeld bank- en spaartegoed per huishouden (€ 54.700) en de mediaan (€ 21.500).
- CBS StatLine — 70936ned, Jaarmutatie consumentenprijsindex — Gemiddelde CPI-inflatie in Nederland over 2026: 2,8%.
- Belastingdienst — box 3, berekening 2026 — Heffingvrij vermogen (€ 59.357), forfaitair rendement op spaargeld (1,28%) en het box 3-tarief (36%). Officieel definitief begin 2027.
